Autocrossfinale in Bant: wie van de drie?

'De Polderklasse is de snelste autocrossklasse voor tweewielaangedreven auto's van heel Nederland.' Die stelling durven de topteams van dit seizoen wel aan. Komende zaterdag valt de beslissing in deze spectaculaire klasse. Drie teams maken nog kans op de hoofdprijs, maar de concurrentie zegt: 'Emiel en Bob zijn de grootste kanshebbers.'

Emiel en Bob zijn Emiel Krops en Bob van Staveren. De overgebleven concurrenten voor de eindzege zijn René van de Guchte, de afgelopen twee edities winnaar van de Polderbokaal, en Stefan Wisse en Niels van Staveren. 'Bob en Emiel zijn zo stabiel. Het lijkt me sterk dat ze het nog verprutsen', zegt René van de Guchte, die de openingscross in Ens won. Hij strijdt dus weer mee om de hoofdprijs, al lijkt de kans op drie-op-een-rij niet heel groot. De vorige twee seizoenen liep het beter, vertoonde de Kever minder mankementen.

Marknesse de mooiste
In Bant volgt dus de ontknoping van een ongemeen spannend seizoen. De vijf mannen hebben er zin in. De mooiste crossbaan van de Noordoostpolder is volgens hen die in Marknesse ('Zo'n lange baan, daar gaat het zó hard'), maar die van Bant, waar voor het eerst in tien jaar weer een autocross wordt georganiseerd, mag er ook zijn. 'Je kunt natuurlijk altijd mechanische pech krijgen, maar in Bant ligt een ruime baan, waardoor je minder kans hebt eraf getikt te worden', meent Bob van Staveren. De vijf mannen vinden sowieso, dat er netjes wordt gereden. 'We gooien elkaar er niet af.'

De afgelopen twee jaar was de top drie aan elkaar gewaagd en zat achter de top een gat naar de rest van het veld. Dit jaar is dat anders. 'Veel meer deelnemers maken kans op winst', meent René van de Guchte. Volgens Bob van Staveren is het absoluut geen vanzelfsprekendheid, dat je elke keer 'even' de halve finale of finale rijdt. 'Het is een heel competitief deelnemersveld. Er zitten een paar fanatieke, nieuwe jongens bij.' Niels van Staveren: 'In de polder wordt veel geld geïnvesteerd in het crossen.' En Emiel Krops vult aan: 'Het wordt elk jaar extremer, gekker.'

Standaard onderdeel
Aan welke bedragen moet je denken als je met de grote jongens wilt meedoen? Voorzichtig gezegd: aanzienlijke bedragen. De auto's van de huidige top drie hebben stuk voor stuk vele duizenden euro's gekost. Dat geld is niet in één keer op tafel gelegd. Het gaat om investeringen, die over enkele jaren zijn uitgespreid. Toch, het is en blijft een smak geld. Maar met alleen een zak euro's win je volgens de mannen de Polderbokaal niet. Technisch zijn er veel hobbels te nemen. René van de Guchte. 'Niet iedereen is een goede monteur. Geen enkel standaard onderdeel blijft heel met zo'n groot vermogen. Dus je moet goed nadenken over hoe je een auto opbouwt.'

De twee duo's, die nog meedoen om de eindzege, hebben als voordeel dat ze de kosten door twee kunnen delen. Emiel Krops ziet nog meer voordelen: 'We kunnen samen sleutelen en ondanks dat je om de beurt crost, rij je toch nog veel.' Niels van Staveren: 'En je kunt nog eens op vakantie!' Dat kan allemaal zo zijn, maar René van de Guchte ziet het niet zitten. 'Nee, niet met deze auto. Daar heb ik teveel geld ingestopt. Als ie kapot moet, rij ik 'em liever zelf kapot. En bovendien is de Kever een auto met een gebruiksaanwijzing.'

Elke cross spektakel
Emiel Krops ziet in ieder geval één positief gevolg van de grotere bereidheid tot investeren: 'Het zorgt elke cross voor veel spektakel.' Niels van Staveren meent, dat daardoor het autocrossen meer dan ooit leeft in de polder. 'Er komt veel publiek op af.' Hopelijk geldt dat ook voor de apotheose in Bant. Wie gaat er met de Polderbokaal aan de haal? 'We maken nog een goede kans, maar hebben het niet meer in eigen hand', weet Stefan Wisse. Het duo Wisse-Van Staveren is allang blij, dat ze zolang om de titel meedoen. 'Dit is eigenlijk een testjaar. We hebben een nieuwe auto gebouwd.'

Emiel Krops en Bob van Staveren gaan aan kop, maar: 'Dat zegt niets.' Vinden ze zelf. Wat moeten ze zaterdag doen om de eindzege binnen te halen? 'Doen dan wat we normaal ook doen: rustig blijven, maar ook op het randje rijden.'

Auteur: Harry de Ridder nieuwsblad De Noordoostpolder.